Gele klas:
dieren,
kleuren,
fruit,
planten,
tellen,
goeie zinnen maken,
boeken lezen,

Oranje klas:
ik, zij, jij, wij … (voornaamwoorden),
werkwoorden,
delen van het lichaam, kleuren, datum,
wie is het,
telspelletje en rekenoefeningen,
proefjes en experimenten doen,
koken (ingrediĆ«nten, recepten, kookgerei, …)

Witte klas:
tellen,
familie, jezelf voorstellen, een praatje kunnen maken,
ik hou van jou,
koken (producten, recepten, kookgerei, …)
lezen, schrijven,
welke woorden lijken op elkaar?
welke talen zijn familie van elkaar?

Groene klas:
Nederlands kunnen spreken: basis woordenschat om een gesprek te voeren,
dieren uitbeelden en raden,
samen onderzoek doen,
wiskunde in het Nederlands,
ik wil mijn ouders begrijpen wanneer ze Nederlands met elkaar praten,
lezen, schrijven, spreken, telefoneren,
gedichten lezen en schrijven,
zich voorstellen,
vrije teksten,
wie is het?,
brieven schrijven,
hij, zij, wij (voornaamwoorden)
liedjes (hoedje van papier, schipper mag ik overvaren, …)

Hoe willen we leren?

geen paniek!
liedjes,
buiten werken,
spelletjes bv ‘schipper mag ik overvaren’,
leren terwijl je je amuseert,
we willen veel leren want we gaan bijna naar het middelbaar,
wij gaan zelf ook moeite doen,
zinnen maken, niet alleen woordjes,
in groepjes leren,
mime,
een uitstap in het Nederlands (zelf voorbereiden: telefoneren, opzoeken, …),
per twee werken