Gemakkelijke woorden

Deze woorden kennen we ondertussen zo goed dat we afspreken om ze tijdens de Nederlandse les nooit meer in het Frans te zeggen maar altijd in het Nederlands.
De pauze = la détente
Het boek = le livre
Het schrift = le cahier
Het potlood = le crayon
De stift = le marqueur
De boekentas = le cartable
Iedereen samen = tout le monde ensemble
Kan je stiller / luider praten? = peux tu parler plus calmement / plus fort?
Nog een keer = encore une fois
Ik weet het niet (meer) = je ne sais pas (plus)
Leren = apprendre
Lezen = lire
Schrijven = écrire
Spreken = parler
Thuis = à la maison
De dialoog = le dialogue
Op school = à l’école